Atal Setu ’s avonds. Bron: Wikipedia          

Brug van Mumbai naar-Pune: (zie blauwe stip) van 120 naar ongeveer 20 min. reistijd. Bron: Wikipedia            

Kortere verbinding Mumbai met vasteland

Langste zeebrug India geopend: Atal Setu

Reizen in het westen van India is makkelijker geworden sinds de komst van de langste zeebrug van het land. Premier Modi heeft de de Trans Harbour Link (Atal Setu), 12 januari jl. officieel geopend. De 21,8 lange brug verbindt Mumbai, gelegen op een schiereiland, met het snel groeiende commerciële centrum Pune op het vasteland aan de overkant van de Thane Creek. Daar is ook Navi Mumbai Airport in aanbouw. Dat betekent een verkorting van de reistijd van 2 uur tot 15-20 min. Ook is de afstand korter naar Goa en Zuid-India. Naar schatting zullen dagelijks 70.000 voertuigen over de brug rijden. Maar ook wonen in Pune zal aantrekkelijker worden, voorspelt de vastgoedsector.

 

 

Tol wordt via tolhuisjes langs de kant van de  weg geheven, bij langsrijden, zonder te hoeven stoppen. Er is berekend dat de CO2-uitstoot door het verkeer met meer 25.000 miljoen ton zal afnemen.

Bij de aanleg van de brug zijn allerlei nieuwe ingenieurstechnieken toegepast en heeft duurzaamheid centraal gestaan. Niet alleen voorkomt een hoogwaardige betonmix langdurig scheuren in het wegdek als gevolg van corrosie door zeewater en hitte, aldus een zegsman van de verantwoordelijke instantie voor de bouw van de brug, MMRDA (Mumbai Metropolitan Region Development Authority). Ook is ervoor gezorgd dat brugverlichting, geluid en trillingen het zeeleven niet verstoren. Ervaren duikers monteerden steuntorens en funderingen onder water, met behulp vangeavanceerde apparatuur zoals op afstand bediende voertuigen.

Ten slotte: de brug is aardbevingsbestendig: seismische lagers fungeren als buffer tussen wegdek en steunpijlers, die buigen in plaats van breken onder spanning, waardoor tijdens een aardbeving trillingen worden geabsorbeerd en de constructie beschermd.

Mumbai (voorheen Bombay), de modernste en dichtstbevolkte metropool van, kent een enorme stedelijke groei. India, momenteel de snelst groeiende en 5e economie in de wereld, legt de focus,  om zich verder te ontwikkelen, op grote infrastructuurprojecten. “Dit wonder pakt de problemen als gevolg van ruimtegebrek aan, opgelegd door geografische beperkingen en ontsluit ook nieuwe kansen voor toerisme, economische groei en werkgelegenheid, aldus de Deccan Herald. Kosten van de nieuwe zeebrug: $ 2,2 miljard, mede bekostigd door Japan.

Bronnen: India Today, The Economic Times, Business Today, Deccan Tribune. 

 

OUDE KERSTBOMEN HELPEN HABITATS IN DE VS EN......

Komende dagen gaan er weer veel kerstbomen de deur uit. Naar inzamelpunten en daar opgehaald en gecomposteerd en versnipperd door de plaatselijke afvalverwerker. In de Verenigde Staten vinden milieuvriendelijke initiatieven plaats om met oude kerstbomen ´habitats´ te herstellen. Zo gebruiken federale natuurbeschermingsorganisaties in Californië en Kentucky afgedankte kerstbomen om habitats in meren te herstellen. De bomen creëren als golfbrekers een nest- en opgroeihabitat voor vissen en ongewervelde dieren. Jonge vissen en ongewervelde dieren hangen er rond op veilige plekken in de ondergedompelde en met kabels vastgezette bomen. Ook vingen kerstbomen na de orkaan Sandy langs de kust van New Jersey met succes zand op voor herstel van de zandduinen.  

In New Orleans beschermen verzamelde bomen het moeras door erosie te verminderen en sediment vast te houden, waardoor betere omstandigheden worden gecreëerd voor het ondersteunen van inheemse moerasgrassen.

................tips voor eigen tuin

Wie beschikt over een stukje groen kan zelf ook aan de slag, aldus het Piedmont National Wildlife Refuge in Georgia. Zo bieden afgedankte kerstbomen dekking aan konijnen en andere kleine dieren en 's nachts kunnen zangvogels en kwartels een warme plek vinden in de tuin, omdat de dichte takken warme lucht vasthouden. Eetbare versieringen aan de boom, zoals veenbessen, bieden bovendien voedsel aan vogels en kleine dieren. Ten slotte nog tips van Nederlandse bodem: naalden, verwerkt tot mulch kunnen (zuurminnende) planten, zoals rodondendron, helpen, terwijl  takken kwetsbare planten als het vriest beschermen en de stam als steun voor klimplanten dienst doet. Behangen met pinda´s en ander vogelvoer ergens achter in de tuin, kan de boom ook zijn nut bewijzen. Stapeltjes losse takken op de grond kunnen als beschutte schuilplek voor vogels dienen en, eenmaal vergaan, als compost. Bedek de bodem van een nieuwe composthoop met een laag takken, waaronder ook enkele wintergroene dennen- of sparrentakken, om te zorgen voor een goede luchtcirculatie.

                                                                                                                                              Bronnen: Geography Realm Newsletter,,  Wroeten.nl en Gardeners' World. Meer info: zie pagina 'Links'. 

Noordwesten Sahoel in ijstijd bewoond

Het noordwestelijke deel van Sahoel (of Meganesië) - de samenhangende landmassa in de laatste ijstijd met onder meer Australië en Nieuw-Guinea – was dankzij de lagere zeespiegel een geheel, doordat tijdens het Laat-Pleistoceen (met de laatste ijstijd, 100.000-10.000 jaar geleden) de Australische gebieden de Kimberley en het westelijke deel van Arnhemland (Noordelijk Territorium) verbonden waren.  

Er was sprake van een archipel, blijkt uit analyse van dieptemetingen van de waterbodem, door Griffith University-onderzoeker Kasih Norman en collega's. "De uitgestrekte archipel heeft waarschijnlijk de succesvolle verspreiding van de eerste ontdekkingsreizigers over zee uit het gebied ten westen van de Wallace line (zoals uit Indonesië) vergemakkelijkt en een vertrouwde omgeving geboden voor hun aanpassing aan het continent Sahoel," aldus dr. Norman. Later, bij een nog lagere   zeespiegel, verscheen het gebied als aaneengesloten stuk land boven water, met onder andere een binnenzee, omringd door hellingen met diepe kloven. Demografische modellen geven aan dat hier op verschillende tijdstippen populaties van 50.000 tot 500.000 mensen leefden.

De zeespiegelstijging (14.500 - 9.000 jaar geleden) splitste niet alleen Sahoel in Nieuw-Guinea en Australië. Ook moesten mensen zich waarschijnlijk terugtrekken door overstromingen van ongeveer 50% van het stuk land, wat blijkt uit vondsten die duiden op verhoogde beroepsactiviteit op archeologische vindplaatsen en de opkomst van bepaalde rotskunststijlen.

Kaart van Sahul met de omvang van het nu onder water liggende continentaal plat (donkergrijs), met het gebied van het noordwestelijk plat afgebakend door een gestippelde zwarte lijn. Zwarte cirkels: vindplaatsen van vroege bijltechnologie. Grijze cirkels: vindplaatsen zonder vroeg-bijltechnologie. Witte cirkels: vindplaatsen van laat-Pleistocene bezetting van de nu verdronken continentale plaat. Afbeelding: Peter Hiscock / Norman et al., doi: 10.1016/j.quascirev.2023.108418.

Er is veel archeologisch bewijs dat mensen ooit op continentale platten leefden - gebieden die nu onder water staan - over de hele wereld, gevonden op onderwaterlocaties, onder meer in de Noordzee en de Middellandse Zee.

Er is veel archeologisch bewijs dat mensen ooit op continentale platten leefden - gebieden die nu onder water staan - over de hele wereld, gevonden op onderwaterlocaties, onder meer in de Noordzee en de Middellandse Zee.

 

Geologisch gezien is het Sahul-plat  een deel van het continentaal plat van het Australische continent voor de noordwestkust van het Australische vasteland (zie  land aangegeven met grijs).

 

Foto:  Maximilian Dörrbecker (Chumwa) - Self made, kaart gebruikt als achtergrond, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=7382608

Bronnen: Up To Half Million People Once Lived on Now-Submerged Northwest Shelf of Sahul, SciNews, 20/12/23,  https://www.sci.news/archaeology/northwest-shelf-12250.html; Ooit woonden er mensen in een uitgestrekt gebied in het noordwesten van Australië – en het had een binnenzee. The Conversation, L. Kap, 21/12/23, https://theconversation.com/europe/topics/sahul-79557

Wikipedia

Meer info: Sea level rise drowned a vast habitable area of north-western Australia driving long-term cultural change. Kasih Norman , Corey J.A. Bradshaw, Frédérik Saltré, Chris Clarkson, Tim J. Cohen,  Peter Hiscock, Tristen Jones, Fabian Boesl. Quarterly Science Review, januari 2024.

 

Impressie van een conferentie op locatie (boven) en een online conferentie (onder). Bron: Virtuele koffiepauze, verslag van een pilot (nov. 2022, Geo), Michelle Bastian, e.a. University of Edinburgh

Conferentie? Beter online!

Conferenties waar bijvoorbeeld wetenschappers bij elkaar komen voor de laatste inzichten zijn, zeker als deelnemers bijvoorbeeld met een intercontinentale vlucht komen, niet erg milieuvriendelijk. Ga online, is het advies van een internationale  onderzoeksgroep onder leiding van de Britse Michelle Bastian van de Universiteit van Edinburgh, zo meldt de Geographical Journal: goedkoper, milieuvriendelijker, en ook zijn er andere voordelen.

 

De onderzoekers vergeleken voor hun artikel een ‘gewone’ driedaagse conferentie in Edinburgh en een online evenement van 49 uur met elkaar, beide compleet met panelsessies, keynote speakers, presentatoren, rondetafelgesprekken, workshops en muziekoptredens. Niet alleen de kosten werden naast elkaar gelegd, ook was er aandacht voor dat organisatoren en deelnemers nogal huiverig tegenover online congressen staan: hoe zit het met de gezelligheid, informele uitwisseling van informatie, toevallige ontmoetingen in de marge van het programma, is de vraag. Gezellig wordt het echter toch dankzij focus op ruimtelijke, tijdelijke en sociale ontwerpkwesties. Naar het ´koffievraagstuk´ deden de onderzoekers al eerder onderzoek.

Op de congressen stonden de kosten centraal. En wat bleek? Door besparing op het online congres op bijvoorbeeld het boeken van hotelkamers, bleef er geld over voor bijvoorbeeld extra ondersteuning van organisatiemedewerkers. Bovendien werden barrières voor deelname vanwege financiën, tijd, vertragingen van vluchten en machtsongelijkheid geslecht. Aanpassingen maakten het voor iedereen mogelijk alle  bijeenkomsten bij te wonen, ondanks vijftien tijdzones. De opnames stonden tussen de 15 en 30 minuten op per halfrond geschikte uren open, met koffiepauze in een 'sociale ruimte'.

Extra aandacht kon ook gaan ‘hosting’ en ‘community-building’ en een aantrekkelijk programma. Zo konden er zelfs succesvolle forumdiscussies plaatsvinden die als een tijdgebonden 'golf', een continu doorgegeven debat, met een bereik van de ene kant van de datumgrens naar de andere.

Via de app Minglr konden de bezoekers in de 'koffiewachtrij' staan, terwijl matching van online van deelnemers uit diverse delen van de wereld op aangepaste tijdstippen  mogelijk was. Via QiQoChat en Zoom ontmoetten deelnemers elkaar virtueel in virtuele seminarruimtes. De videotool SpatialChat diende om te socializen.

Nadeel is dat de steeds betere videostreaming ook voor CO2-uitstoot zorgt, merken de onderzoekers op. Toch kan volgens hen juist dat wat online conferenties aantrekkelijk maakt - de lagere prijs, het gemak van deelname, het grotere aantal deelnemers, de feel-good factor van niet vliegen – bij elkaar de ecologische voetafdruk verkleinen. Evenementen op locatie vervangen door online alternatieven is dan ook niet de oplossing, stellen de onderzoekers, het zijn experimenten 'op weg naar iets anders'.

De verandering van een virtuele ruimte naar ´gastvrije plek´, parallelsessies in 'kamers' vernoemd  naar bekenden uit het vak en een 'café'-ruimte en 'chill-out room' spelen hierbij een rol. Op pagina’s met bijgewerkte profielen met een bio en foto was te zien wie er waren. Avatars van de aanwezigen wonen sessies bij of hangen in de lobby of sociale ruimtes (terras, tuin, pub en concertruimte), al videochattend. Met de SpatialChat-functionaliteit kan de video-avatar door de virtuele kamer bewegen en gesprekken aangaan. Kortom, aanpassingen in tijd en de ruimte zorgen ervoor dat er geen reden meer is de online-conferentie niet te organiseren of bezoeken. Gezelligheid en wandelgangen gegarandeerd. Alleen voor de echte koffie zorg je zelf!

Bron: Ethical conference economies? Reimagining the costs of convening academic communities when moving online (nov. 2023, Geographical Journal) en ‘What about the coffee break?’ Designing virtual conference spaces for conviviality (nov. 2022, Geo). Michelle Bastian, e.a. University of Edinburgh. Zie verder pagina 'Links'. 

Inkomensverschillen binnen en tussen regio´s voorspellen verkiezingsuitslag

Het weer meer gelijktrekken van de gedurende laatste twintig jaar gegroeide economische verschillen in en tussen regio’s kan tot gevolg hebben dat bij verkiezingen minder stemmen naar de meest rechtse partijen gaan. Dit suggereren A. Rodriguez Pose,  N. Lee en J. Terrero-Davila van de London School of Economics (afdeling Geografie). Zij onderzochten het verband tussen verkiezingsuitslagen en inkomensverschil per hoofd van de bevolking op lokaal en regionaal niveau.

De inkomenskloof wordt op beide niveaus gevoeld respectievelijk in termen van enerzijds ‘haves’ en ‘have nots’ of ´winnaars´ en verliezers en ´leidende´ en ´achtergebleven´ regio´s of ‘gebieden die er niet langer toe doen’ voor besluitvormers. Grieven over toenemende lokale ongelijkheid zijn voorspellers van steun voor extreemrechtse populistische partijen, zo blijkt ook al uit eerder onderzoek. Verklaringen hiervoor zijn er ook al wel maar wrok over territoriale ongelijkheid is pas de afgelopen jaren aan een opmars bezig.

De onderzoekers bekeken zodoende naast interpersoonlijke verschillen ook de regionale verschillen in Europa en die tussen staten in de VS. Onvrede en zorg over dalende inkomens geldt overal als verklaring voor het stemgedrag. Maar tussen de VS en Europa valt ook een verschil op, gelet op bevolkingssamenstelling:  Waar een overwegend blanke bevolking woont, economische groei stagneert en ongelijkheid toeneemt, is Donald Trump de keuze. In een een gelijksoortig economisch traject doormakende staat met diverse minderheden aldaar woonachtig, wordt de presidentskandidaat van de Republikeinen juist gemeden. In Europa is economische achteruitgang genoeg als factor voor een uiterst rechtse partijkeuze. En dat weer vooral daar waar de immigratie relatief hoog is.

Wegnemen van de ontevredenheid van de burgers over het huidige economische en politieke systeem is essentieel voor het omlaag krijgen van populistische steun. Het nivelleren van de inkomens in verschillende regio's/staten zou een goed uitgangspunt zijn om dit te doen, suggereren Rodriguez Pose en zijn mede-onderzoekers.

Bron: Left-behind versus unequal places: interpersonal inequality, economic decline and the rise of populism in the USA and Europe. A. Rodriguez Pose, Javier Terrero-Davila en Neil Lee. Journal of Economic Geography, Aug.23

 

Minimalistische mode: ruimte maken in je garderobekast: neem deel aan een challenge!

Hoewel voor ruim de helft van de deelnemers duurzaamheid niet de reden was om mee te doen aan een mode-challenge gericht op vermindering, hergebruik, reparatie en het niet aanschaffen van kleding, leidde dit wel tot het gewenste duurzaam gedrag.

 

Dit blijkt uit een analyse van 20 blogposts van personen die reflecteren op hun deelname aan de mode-challenges 'Project 333' (waarin deelnemers slechts 33 kledingstukken mogen dragen gedurende een periode van drie maanden) en de 'Six Items Challenge' (waarbij deelnemers slechts zes kledingstukken mogen dragen gedurende 6 weken).

 Milieu- en sociale effecten van de fast-fashionindustrie, met name gericht op modeketens, zijn al vaker voorwerp van studie. Maar Amber Martin-Woodhead, onderzoekster van de Britse Universiteit van Coventry, afdeling Energie, Bouw en Milieu, vraagt aandacht op kleinere schaal voor onze garderobe en alledaagse modepraktijken, passend binnen bredere vragen over duurzaamheid en minimalisme. Minimalisme is een leefstijlbeweging waarbij het aantal bezittingen tot een absoluut minimum wordt beperkt. Minimalistische mode is een belangrijk onderdeel en heeft als streven iemands garderoberuimte tot een minimum aan essentiële items terug te brengen. 'Fashion challenges' worden steeds populairder, met name in de VS en het VK.

Martin-Woordhead bestudeerde ze, om hun potentieel te onderzoeken voor het aanmoedigen van duurzame modeconsumptie. De deelnemers waren enthousiast over de persoonlijke voordelen van het meedoen aan de mode-uitdagingen (besparing van geld en tijd, smorgens minder keuzestress, creatiever met en meer zorg voor kleding). Ook werd nagedacht over aanschaf van duurzame en 2e handskleding.

Deelnemers melden dat ook de te nemen stappen tijdens de challenge, zoals 'de meest waardevolle dingen in je kast identificeren' nuttig waren. Als gevolg ervan dat je alleen items in je garderobe hebt die echt gekoesterd worden helpt dit bij het ontwikkelen van je persoonlijke stijl en het verbeteren van je zelfvertrouwen, omdat je alleen kleding draagt waarin je je comfortabel voelt of die je erg leuk vindt, zo gaven zij aan.

Bron: Amber Martin-Woodhead. Garderoberuimte maken: het duurzame potentieel van minimalistisch geïnspireerde mode-uitdagingen, Area, Mei 2023.

Afbeelding van macrovector op Freepik

Fundamentalistisch ontwerp voor Achterhoek wint Eo Wyers prijsvraag 

De inzending, genaamd Aardkundig Fundamentalisme won onlangs de EO Wyers prijsvraag. Het team van Neder|land|schap en Werkend Landschap introduceert hiermee modern planologisch denken voor een landschapontwerp, dat zich op aardkundige waarden en binding met het dorpslandschap baseert. Juryvoorzitter Berno Strootman: “Het voorstel viel op door de kijk op het landsgrensoverschrijdende bodem- en watersysteem. Het team heeft oog voor het regionale erfgoed en het belang van gebiedsidentiteit.”

De denkwijze, uitgewerkt voor de Achterhoek, maar dus ook elders in te zetten, begint over de grens, in Duitsland, op de zandsteentoppen van de Baumbergen. Aardkundig gezien logisch omdat daar de Berkel en Oude IJssel ontspringen, waarna het water via het plateau van Winterswijk door het laaggelegen dekzandgebied en langs rivierduinen naar de IJssel stroomt.  

De denkwijze voltrekt zich stapsgewijs: eerst water en (micro)relief zo laten stromen, zoals bedoeld; omlaag op hoge delen in het landschap en kwel in de lage delen, daarbij afgaand op bestaande veldnamen als horst, berg, veen, broek en mars. Vervolgens landbouw in de beekdalen zo organiseren dat het stik- en koolstof absorbeert en bij het aardkundig fundament passende producten levert. In het dekzandgebied komt een natte zone. Verder komen er enkele nieuwe dorpen met lokale namen als Dommer, Hattemer Mark en Heidenhoek, komen er IJsselhoeven met vier of vijf wooneenheden, uitbreidingswijken (o.a. bij Varsseveld en Harfsen) en tussen Aalten en Winterswijk is zelfs plaats voor een nieuwe ‘stad’: Het Klooster.

Linksboven: Aardkundige structuur van de Achterhoek. Rechtsboven: Het op aardkundige en heemkundige waarden toegespitste toekomstige landschap in de Achterhoek. 

Andere finalisten waren plannen voor Zeeland en de Rijn-Maasmonding. Zo’n dertig jaar geleden werd de prijs, vernoemd naar de bouwkundig planoloog Leonard Wyers, voor het eerst uitgereikt. Onder meer het plan Ooievaar voor het Gelders rivierengebied, dat de uiterwaarden weer deed overstromen, is een eerdere winnaar. De stichting stimuleert regionale ontwerpen bij landelijke vraagstukken. Het thema was deze keer ‘Waar Wij Willen Wonen’ waarbij aanpassing aan een veranderend klimaat en natuurverbetering samen voor aantrekkelijke steden en landschappen van de toekomst zorgt.

Baumbergen in Duitsland

1 november: Dag van het veganisme: tijd voor ´vegan geography´

Op 1 november is het de Dag van het Veganisme. At 10 jaar geleden nog maar een enkeling ‘vegan’, de populariteit groeit enorm. Motieven als gezondheid, milieu en dierenwelzijn spelen daarbij een rol. Ook al is op zich het totaal aantal veganisten nog altijd niet heel groot, momenteel stromen ‘plantaardige' producten de markt op.  

Veganisme wint dan ook aan economische, ecologische en cultureel belang. In de tijd dat het nog een marginale beweging was, kwam het alleen terug in sociologisch onderzoek als een sociale beweging maar nu vindt ook steeds meer wetenschappelijk onderzoek naar veganimse plaats. Sociologen, historici, filosofen, cultuurwetenschappers, etc. buigen zich over het dieet dat vlees en zuivel afwijst, en er is nu ook een ‘vegan geography’ die ruimte en schaal onderzoekt.

Toch zijn Catherine Oliver, Jonathon Turnbull en Michael Richardson van respectievelijk de Vakgroep Sociologie van de Lancaster Universiteit, Vakgroep Geografie van de Universiteit van Oxford, en de School voor Geografie, Politiek en Sociologie van de universiteit in Newcastle upon Tyne, bezorgd: een uitgebreide geografische analyse ontbreekt, noteren zij in een commentaar in The Geographical Journal (Royal Geographical Society). De interesse lijkt gestimuleerd door de hedendaagse trends die een claim willen leggen op de opkomende ‘veganistische geografie’. “We wijzen op het belang van wetenschappelijk pluralisme en aandacht voor het breder vestigen van geografische subdisciplines”, stellen zij als waarschuwing voor het te laat is.

 

Veganisme kent immers een rijke culturele geschiedenis, met tal van religieuze en spirituele praktijken, teruggaand tot de oudheid, lang voor het een georganiseerde beweging werd, opgericht in 1940 in het Verenigd Koninkrijk. Toen ook al om zorg over gezondheid, milieu en dierenwelzijn. Ook liggen er wortels in sociale en ecologische bewegingen, stellen zij.

Maar nu het veganisme voor zoveel mensen interessant is, en wordt omarmd door het bedrijfsleven, verandert er toch wel iets. Gezondheid als reden voor de keuze voor vegan komt meer en meer op de voorgrond, evenals het redden van de planeet. Het dierenwelzijn komt minder ter sprake.

Bovengenoemde Britse universiteitsmedewerkers hopen dat het onderzoek niet alleen als uitgangspunt heeft wat de ´mainstreaming´ uitkomt maar een 'vegan food geographies'-programma, gericht op kritisch onderzoek, zoals naar de gevolgen van ´mainstreaming´. Met empirisch en kritisch onderzoek naar spreiding, veranderingen door de groei en inschattingen van gevolgen van de overgang van op dieren gebaseerde voedselsystemen. En natuurlijk ook in samenwerking met sociologen, filosofen, etc.   

Kortom, veganistische geo moet als een collectieve, gezamenlijke inspanning in staat zijn om interesse in veganisme een reflexieve en collaboratieve academische kennispraktijk mee te geven.

Zie ook: pagina Links. Bron:

Claiming veganism and vegan geographies, Catherine OliverJonathon TurnbullMichael Richardson, The Geographical Journal, 28/09/2023.

 

Bron: wikipedia

Meer vogelsoorten in de buurt, minder opnamen wegens angst- en stemmingsstoornissen

 

In postcodegebieden in de staat Michigan met veel soorten vogels komen minder opnames voor voor angst- en stemmingsstoornissen dan in postcodegebieden met een lage vogeldiversiteit. Door de resultaten van de vogeltelling en ziekenhuisopnamegegevens te combineren, is zo´n verband voor het eerst aangetoond. Het gaat slechts om één persoon minder per jaar in het ziekenhuis maar desondanks toch een bijzonder resultaat, volgens Rachel T. Buxton en haar onderzoeksgroep van de Afdeling Biologie van het Instituut voor Milieu en Interdisciplinaire Wetenschappen van de Canadese Carleton Universiteit in Ottawa en de Afdeling Geografie Milieu- en Ruimtelijke Wetenschappen van de Michigan State University in Oost Lansing in de VS.

Als na meer onderzoek de relatie standhoudt betekent dat dat meer groen en vergroting van het leefgebied van vogels voortaan meegenomen moet worden in het stedelijk beleid. 

Minder ziekenhuisopnamen bij grotere vogeldiversiteit (volgens de Shannon-index)

 

Zie verder de pagina Informatie 

Pednetscore

Meetmethode voor  voetgangersnetwerk bevordert lopen

De Nutri-Score, het voedselkeuzelogo voor levensmiddelen, is bekend. Maar nu is er ook de ‘pednet-score’, die voor looproutes van huis naar bestemmingen als supermarkt, ziekenhuis of school is bestemd. Deze score geeft de beloopbaarheid (‘walkability’) van de infrastructuur voor voetgangers aan. Bestond er nog geen gedetailleerde kwantitatieve index om prioriteiten bij aanpassing of ontwikkeling in een voetgangersnetwerk te laten zien, de pednetscore, die gegevens over ‘lopen’ èn ‘beloopbaarheid’ combineert, brengt daarin verandering.  

'Lopen' verwijst naar het voetgangersgedrag, dat wordt afgeleid uit bijvoorbeeld de loopfrequentie langs bepaalde routes. Hiervoor bestaan objectieve meetmethodes die verbondenheid en nabijheid van bestemmingen weergeven, op basis van geografische informatiesystemen (GIS).  Het bepalen van 'beloopbaarheid' verwijst echter naar de subjectieve perceptie van voetgangers bij het nemen van een bepaalde route en wordt met behulp van bijvoorbeeld enquêtes achterhaald. Op basis van de pednetscore kunnen stedenbouwers en ontwerpers nu in een voetgangersnetwerk verbeteringen aanbrengen, om meer voetgangers aan te trekken. Dit door de route aantrekkelijker te maken, bijvoorbeeld door deze korter te maken of langs een rustiger traject te leiden. Lopen past in de duurzame stad, en is ook een belangrijk duurzaamheidsdoel van de VN. Het reduceert de CO2-uitstoot, en is gezond.

 

Bestaande en mogelijk betere verbindingen in het voetgangersnetwerk worden respectievelijk in ononderbroken en onderbroken lijnen weergegeven. De kortste routes van O naar D worden weergegeven. D1 is niet toegankelijk vanaf O in het bestaande pednet maar wordt toegankelijk wanneer zebrapaden worden toegevoegd (dikke blauwe en groene lijnen). D2 is in beide gevallen toegankelijk vanaf O, maar de lengte van het kortste pad neemt iets af wanneer zebrapaden worden toegevoegd (dikke blauwe lijn) in vergelijking met het bestaande pednet (dikke roze lijn).

 

 

Maar het voetpadennet heeft niet altijd de aandacht die naar overige infrastructurele maatregelen uitgaat, zoals het wegennet. Niet zelden worden looproutes daar juist ingepast.

Om te bekijken in hoeverre de infrastructuur aanpassingen behoeft, zodat meer voetgangers er gebruik van maken, geldt het bestaande stratenplan, met trottoirs en zebra’s in een stad, als uitgangspunt. Elk trottoir en elke zebra krijgt een populariteitsscore, mede aan de hand van wat bekend is over voorkeuren van voetgangers. Vervolgens worden een aantal hypothetische varianten, oftewel mogelijke aanpassingen die leiden tot verbetering, toegevoegd aan de digitale plattegrond. Ergens een extra zebra neerleggen, kan een route inkorten en/of veraangenamen. Resultaat: de keuze valt vaker op deze route.

In drie Noord-Amerikaanse steden (Toronto, Austin en Cambridge) is het werken met de pednetscore al toegepast. Een percentage van mogelijke toename in aantal ‘ritten’, rolt uit de computer. Het blijkt dat er voor de verantwoordelijke stedelijke autoriteiten in de ene stad veel te verbeteren valt (Austin) en in de andere (Toronto en Cambridge) minder, om meer inwoners voor het te voet afleggen van afstanden te doen kiezen.

Austin kan een verbetering bewerkstelligen met toevoeging van 3974 mijl (ongeveer 6500 km) aan looproute-trajecten en zebra´s en zo het aantal loopritten met 236% verhogen. Evenzo kan de gemiddelde reisafstand die de huidige voetgangers afleggen met 0,21 mijl (340 m) afnemen, wanneer alle mogelijke trottoirs en zebrapaden worden toegevoegd, en leidt dit tot een aanzienlijke toename van 639.249 extra ritten tot een totaal van 909.617 (91% van alle mogelijke ritten).    

De hoop is dat de ´pednetscore´ op een dag net zo gangbaar zal zijn als de Nutri-score. 

  

 

Meer op pagina Geografie en Literatuur

Bron: A link criticality approach for pedestrian network design to promote walking, R. Verma & S. V. Ukkusuri, in: Nature Journal,  npj Urban Sustainability volume 3, artikel nr. 48 (19- 08 - 2023).

  

Na Holoceen: start Antropoceen gemarkeerd 

 

Het Antropoceen kan nog niet officieel vermeld worden als laatste tijdvak op de geologische tijdschaal. Er is wel weer een stap gezet in die richting, daar nu wel het beginpunt is vastgesteld.  

Uit acht locaties op de shortlist heeft de Anthropocene Working Group Lake Crawford bij Toronto in Canada verkozen, als de plek waar het beginpunt omstreeks 1950 duidelijk waarneembaar is. Uit bodemonderzoek blijkt dat hier van een overgang naar een nieuw tijdperk gesproken kan worden. Het Antropoceen kenmerkt zich, anders dan de eerdere tijdvakken, door een allesoverheersende impact van de mens op de aarde. De bewijzen hier", zegt Francine McCarthy, hoogleraar aardwetenschappen aan de Brock University in Canada, gespecialiseerd in de aangewezen plek in Le Monde. In de bodemsedimenten zijn duidelijke jaarlagen met plutonium gevonden, afkomstig van kernproeven uit de jaren '50. Ook zijn er roetdeeltjes van kolencentrales en veranderingen als gevolg van het gebruik van kunstmest gevonden.

"Dat duidt op handelen van de mens," aldus beaamt ook de Nederlandse fysisch geograaf Kim Cohen van de Universiteit Utrecht in een toelichting aan Editie NL van RTL4. Net als McCarthy, lid van de Antropocene Werkgroep van de International Commission of Stratigraphy commissie zal hij binnenkort meestemmen over het al of niet toekennen van een officiële status aan het Antropoceen. Binnenkort meer op de pagina Achter het Nieuws.

Het Antropoceen kan nog niet officieel vermeld worden als laatste tijdvak op de geologische tijdschaal. Er is wel weer een stap gezet in die richting, daar nu wel het beginpunt is vastgesteld.  

Uit acht locaties op de shortlist heeft de Anthropocene Working Group Lake Crawford bij Toronto in Canada verkozen, als de plek waar het beginpunt omstreeks 1950 duidelijk waarneembaar is. Uit bodemonderzoek blijkt dat hier van een overgang naar een nieuw tijdperk gesproken kan worden. Het Antropoceen kenmerkt zich, anders dan de eerdere tijdvakken, door een allesoverheersende impact van de mens op de aarde. De bewijzen hier", zegt Francine McCarthy, hoogleraar aardwetenschappen aan de Brock University in Canada, gespecialiseerd in de aangewezen plek in Le Monde. In de bodemsedimenten zijn duidelijke jaarlagen met plutonium gevonden, afkomstig van kernproeven uit de jaren '50. Ook zijn er roetdeeltjes van kolencentrales en veranderingen als gevolg van het gebruik van kunstmest gevonden.

Het meer nabij Toronto waar het plutonium in de bodem het begin markeert van overheersende invloed mens op aarde. 

Het Antropoceen kan nog niet officieel vermeld worden als laatste tijdvak op de geologische tijdschaal. Er is wel weer een stap gezet in die richting, daar nu wel het beginpunt is vastgesteld.  

Het Antropoceen kan nog niet officieel vermeld worden als laatste tijdvak op de geologische tijdschaal. Er is wel weer een stap gezet in die richting, daar nu wel het beginpunt is vastgesteld.  

De plekken op de shortlist, die ook in aanmerking kwamen als beginpunt van het Antropoceen..    

Hoe Amsterdam een stad van de middenklasse werd

-Een stad als Amsterdam was ooit een echte arbeidersstad maar is nu een heuse middenklasse-stad. Gentrification beïnvloedt al een aantal jaren politiek en  beleid, dat meer en meer belangen van de middenklasse is gaan dienen. Aldus valt te lezen in het boek 'Making the middle-class City' van geografen Willem Boterman en Wouter van Gent van de Universiteit van Amsterdam. Zie: pagina Informatie. Bron: website UvA.

Subductie leidde tot vorming nieuwe subductiezone

- Subductie in de Stille Oceaan tijdens het Krijt leidde tot de vorming van een nieuwe subductiezone in de Atlantische Oceaan. Dit blijkt uit simulatieonderzoek van onder meer de Johannes Gutenberg Universiteit in Mainz in het Caribisch Gebied. Meer: zie pagina Informatie. Bron:  Science Daily. 

 

 


 

Veiliger op pad:

Ordnance Survey moderniseert kaartsymbolen 

De kaartenmakers van de Britse topografische dienst, vgl. baar met het Kadaster Geo-informatie (wikipedia) vinden dat zo langzamerhand op kaarten die toeristen gebruiken om de weg te vinden nieuwe, hedendaagse symbolen kunnen worden toegevoegd, zoals voor fietsenmakers, hondenpoepbakken of toegangspunten tot de rivier. Ook is het streven de veiligheid onderweg te vergroten.

Al meer dan 200 jaar bevatten Ordnance Survey-kaarten symbolen die van alles aanduiden, variërend van kerken tot slagvelden. Anno 2023 wil de dienst het publiek weer eens raadplegen over mogelijk toe te voegen nieuwe symbolen om de kaarten te moderniseren.

Het gaat erom erachter te komen wat het publiek graag wil kunnen opzoeken op haar vrijetijdskaarten. Het kunnen symbolen zijn voor fietsenmakers, cafés, hondenpoepbakken of steigers en veilige toegangspunten tot de rivier voor watersporten.

De nieuwe symbolen zijn ook bedoeld om mensen te ondersteunen die veilig erop uit willen gaan. Updates als het markeren van al of niet voor iedereen toegankelijke routes over paden om rolstoel- en kinderwagengebruikers te helpen. Meer: zie de pagina Informatie. Bron: O.a. The Guardian (E. Sinmaz).

Binnenkort misschien gepersonaliseerde wandelroute van de app

-Recreatief wandelen is, zoals bekend, goed voor lichaam en geest. Alleen al het zoeken naar de juiste route, vergt enige nuttige hersenactiviteit. Als aanvulling op de gedrukte kaarten en toeristische gidsen van nu is er, dankzij de smartphone en apps, zoals Strava, Komoot en Fitbit, tegenwoordig een overvloed aan interactieve platforms om routes te zoeken, maken, plannen, op te halen en delen. Hoewel de routes zeer verschillen, zijn er enkele vaste kenmerken. Uiteindelijk zouden er gepersonaliseerde routes geüpload moeten kunnen worden.

Dit is een aanbeveling van de Britse Ordnance Survey naar aanleiding van haar onderzoek naar weergave van en vermelde aandachtspunten bij wandelroutes. Dit onderzoek bevat naast een classificatie een theoretisch kader van recreatief wandelen vanuit individueel, sociaal en ecologisch oogpunt, en geeft een analyse van de ongeveer 4 miljoen door gebruikers gegenereerde wandelroutes in Groot-Brittannië, van overeenkomstige kenmerken, inclusief de erbij gegeven informatie, ligging en het noemen van allerlei interessants waar de wandelaar onderweg langskomt. Wie het Zoutpad van Raynor Winn heeft gelezen, waarin zij en haar man Moth de route in omgekeerde richting volgen, begrijpt wat er allemaal mogelijk is. 

Zie: pagina Geografie en literatuur. Bron: Royal Geographic Society.

 

 

 

 

 

 

   

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Britten meten nu ook verschillen tussen groepen in buurten

Naast het meten van ongelijkheden tussen buurten in Engeland en Wales, is ongelijkheid tussen etnische groepen onderling in buurten nu ook te meten. En wel met de onlangs gepresenteerde Ethnic Group Deprivation Index (EGDI), ontwikkeld door onder meer Christoffel Lloyd van de Queen’s University in Belfast en collega-onderzoekers van diverse Britse en Amerikaanse universiteiten. De ongelijkheidsmeting (met gegevens over werkgelegenheid, huisvesting, onderwijs en gezondheid per etnische groep) onthult in verschillende buurten relatieve achterstanden van etnische groepen, en laat zien hoe zelfs in dezelfde buurt de ene etnische groep een zeer grote achterstand kan hebben, terwijl een andere etnische groep een veel lagere achterstand heeft.

De kennis is cruciaal bij het ontwerpen van passende interventies die niet alleen gericht zijn op de meest achtergestelde wijken, maar ook op de meest kwetsbare groepen in die wijken.

De plaatsen met groepen met de hoogste achterstandsniveaus bevinden zich voornamelijk in stedelijke gebieden (aan de rand van Londen, zoals in Watford, Slough, Stevenage, Harlow en Tower Hamlet) maar ook elders in voorstedelijke en landelijke gebieden. Zonder deze meting worden uitkomsten verdoezeld, die niet aan de aandacht mogen ontsnappen, concluderen de ontwikkelaars.

 

Hoe dichter bij 0, hoe groter de achterstand

Bron: The Geographical Journal, november 2023. Zie verder de pagina met Links